Wet werk en zekerheid (Wwz) in 5 minuten

- bijgewerkt op 20 maart 2017
Wet werk en zekerheid

Sinds 1 juli 2015 zijn alle maatregelen in de Wet werk en zekerheid (Wwz) van kracht. Daardoor krijgen flexwerkers meer rechten en gaat het ontslagrecht op de schop. Lees in vijf minuten de belangrijkste wijzigingen voor werkgevers.

Wet werk en zekerheid

Wat is er veranderd?

Proeftijd

Veel werkgevers nemen een proeftijd op in de arbeidsovereenkomst. Dit is sinds 1 januari 2015 niet meer mogelijk bij tijdelijke contracten van zes maanden of korter. Door de nieuwe regels wordt het bij kortdurende contracten nog belangrijker om voldoende aandacht te besteden aan de werving en selectie van nieuwe werknemers. Bij het aannemen van de verkeerde persoon zit je immers zes maanden aan een werknemer vast. Het alternatief is een contract van langer dan een halfjaar. Hierin mag je wel een proeftijd opnemen.

Concurrentiebeding

Een concurrentiebeding verbiedt ex-werknemers om hun voormalige werkgever te beconcurreren. Deze populaire bepaling staat in veel arbeidsovereenkomsten. Voor tijdelijke contracten is dit sinds 2015 aan banden gelegd. Een concurrentiebeding is nu alleen toegestaan als uit een schriftelijke motivering in het contract blijkt dat het noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. Het concurrentiebeding is niet geldig zonder deze motivering. Ook kan de rechter het beding later vernietigen als de motivering de noodzaak onvoldoende onderbouwt.

Aanzegtermijn

Je moet werknemers een maand voor het einde van de contractduur schriftelijk informeren of je het contract voortzet en zo ja, onder welke voorwaarden dat gebeurt. Dit geldt voor tijdelijke contracten van zes maanden of langer.

Door deze verplichte termijn kan de werknemer tijdig op zoek gaan naar een andere baan. Wanneer je deze verplichting niet naleeft, heeft de werknemer recht op een vergoeding. Die staat gelijk aan het loon voor één maand. Als je de verplichting niet op tijd naleeft, ben je een vergoeding naar rato verschuldigd. Een werkgever die zijn werknemer een week te laat informeert, moet bijvoorbeeld een week loon betalen.

Ketenbepaling

Werknemers kregen voorheen na een periode van drie jaar recht op een vast dienstverband. Dit wordt ook wel aangeduid als de ketenbepaling. Deze keten is sinds 1 juli 2015 verkort naar twee jaar, waardoor werknemers eerder recht hebben op een vaste arbeidsovereenkomst.

Je mag drie tijdelijke dienstverbanden afsluiten in de periode van twee jaar. Daarna ben je verplicht om een vast dienstverband te bieden. Als je dit in de nieuwe situatie wilt voorkomen, moet je ten minste zes maanden inlassen tussen iedere reeks van tijdelijke contracten.

Klaar voor (meer) personeel?

Beantwoord tien vragen met ja of nee. En zie meteen of je klaar bent voor (meer) personeel. Na afloop ontvang je een persoonlijk rapport met tips.

Doe de checklist

Ontslagroutes

Werkgevers hadden in de oude situatie de keuze uit meerdere ontslagroutes. Zij verkozen vaak de ontslagroute via het UWV boven de kantonrechter, omdat je daarbij meestal geen ontslagvergoeding verschuldigd was aan de werknemer. Volgens de overheid maakt deze keuzevrijheid voor de werkgever het ontslagstelsel complex en worden werknemers hierdoor verschillend behandeld in soortgelijke ontslagzaken.

Daarom kun je nu alleen naar het UWV stappen voor ontslag om bedrijfseconomische redenen of bij twee jaar arbeidsongeschiktheid van de werknemer. Voor alle andere ontslagredenen moet je naar de kantonrechter, zoals bij verwijtbaar gedrag of een verstoorde arbeidsverhouding. De ontslagroutes in het oude en nieuwe ontslagrecht hebben we weergegeven in een handig schema.

Transitievergoeding

In plaats van de vroegere vergoeding op basis van de kantonrechtersformule is per 1 juli 2015 een transitievergoeding geïntroduceerd. Alle werknemers die minimaal twee jaar in dienst zijn, hebben recht op deze vergoeding. Dit bedrag kunnen zij gebruiken om over te stappen naar een andere baan of een ander beroep. Deze vergoeding is in de meeste gevallen maximaal 77.000 euro.

De transitievergoeding bedraagt een derde maandsalaris per dienstjaar voor werknemers die minder dan tien jaar in dienst zijn geweest. Daarboven gaat het om een half maandsalaris per gewerkt jaar. Voor werknemers van 50 jaar of ouder geldt dat zij vanaf het tiende dienstjaar een vergoeding krijgen van één maandsalaris per dienstjaar. Dit geldt niet als je minder dan 25 werknemers in dienst hebt.

Bron: Rijksoverheid.nl

- bijgewerkt op 20 maart 2017

Elke week een update

Wil je nieuws, tips, handige informatie en inspiratie van ons ontvangen? Meld je dan aan voor de nieuwsbrief Ondernemen Met Personeel. Je ontvangt de nieuwsbrief daarna elke week gratis in je mailbox.

 

Ik wil graag gratis tips

* Je hoeft alleen maar je mailadres in te vullen

Ben jij klaar voor (meer) personeel?

X
klaar voor meer personeel

Vul de checklist in en je weet het binnen enkele minuten.

Start

Je ontvangt na afloop een persoonlijk rapport met tips.